Het fenomenale MartHa!tentatief presenteert u: Revue van het Ontembare Leven. Anderhalf jaar lang berichten, feestavonden en acht toneelstukken over het leven in de stad aan het begin van de 21ste eeuw. Over mensen die hier gisteren zijn aangespoeld, of veertig jaar geleden, of die hier al heel hun leven wonen. Over de bewoners van een onwerkelijk plein. Over Polen op een bank in het park. Over een school vol kinderen. Een wachtzaal vol doden. Over onszelf in ons huis.
De Morgen- Evelyne Coussens
FROE FROE en het MartHa!tentatief maken pretentieloos tableau over de angst voor het vreemde van kleine en grote geesten
Ze benemen nauwelijks een hoekje van het Antwerpse Astridplein, en slechts twintig minuten van je tijd. Het zevende tableau in de voorstellingenreeks Revue van het Ontembare Leven, waarmee het MartHa!tentatief de grootstedelijkheid in al haar aspecten onderzoekt, lijkt in opzet en ambitie behoorlijk bescheiden. Maar Aangespoeld is wel degelijk betekenisvol – voor wie dat wil.
In de korte openluchtperformance, waarvoor MartHa!man Tom Clement samenwerkte met figurentheater FROE FROE, zet een hedendaagse Gulliver een gemeenschap op stelten. Stel je voor: een verzameling blauwe afvalcontainers, schijnbaar achteloos bij elkaar gezet. De opmerkzame kijker verbaast zich over het bloembakje op een deksel, over de miniatuur-schotelantenne aan een blauwe wand. De containers blijken hoogbouwflats waarin een gemeenschap wezentjes huist, ondanks hun witte muisachtige uitzicht herkenbaar menselijk in gedrag. Wanneer een aangespoelde zwarte mens (Zukisa Nante) rust zoekt tegen een container, gebeurt er een ongeluk. Agressie is het weerwoord: de gemeenschap, onder leiding van een ‘nette’ pater familias, verklaart hem de oorlog. Enkele hilarische taferelen met miniatuur-bazooka’s en piepkleine waterkanonnen later blijkt ‘Godzilla’ niet weg te krijgen. He’s here to stay. Als opkrassen niet lukt, dan aanpassen. Een emmer witte verf wordt aangevoerd, in een naïeve poging om het vreemde weg te schilderen.
Van het aspect ‘taal’ maakt FROE FROE in zijn kleine, mobiele openluchtvoorstellingen al langer een speerpunt. Zo brabbelen de ‘autochtonen’ een grappig Italobargoens, de indringer spreekt een Afrikaanse taal. Het resultaat is dat voor alle toeschouwers, Nederlands- of anderstalig, jong of oud, de taalmeet gelijk ligt. Het enige wat iedereen moeiteloos begrijpt is de situatiehumor, de vindingrijke beeldtaal en de vinnige interactie tussen mens en pop.
De brave burgergemeenschap, de komst van de vreemde die niet enkel door zijn ‘omvang’ (zijn veelheid in de ruimte) maar ook door zijn anders-zijn overweldigt: de metafoor ligt voor de hand, en ook de wij/zij-typering gebeurt stereotiep. De kleine blanken zijn klein van geest, gelukkig toont de grote zwarte zich grootmoedig, en op het einde komt alles goed bij een dansje. Hoezee! Deze Aangespoeld kraakt in zijn voegen onder al te rudimentaire logica. Toch is het moeilijk niét van deze voorstelling te houden. Niet omdat Aangespoeld een politiek correct doel dient, maar omdat dat doel zo duidelijk geen heilige graal is. De moralistische fabel over ontmoeting en verzoening laat zich lezen, maar dringt zich niet op. Wie twintig minuten later met zijn kinderen wil verder spreken over Aangespoeld, heeft daar stof toe. Wie een ijsje wil eten: ook goed. Aangespoeld is pretentieloos amusement, met potentieel als betekenisvolle trigger. Het is fijn om die keuze te kunnen maken.
Aangespoeld speelt nog op 12 mei om 14u & 16u, op 13 mei om 14u, 15u en 16u op het Astridplein, Centraal Station, Antwerpen. Info: www.marthatentatief.be, www.froefroe.be.
— Geschreven door Johan op 10 May 2012
een interview…
— Geschreven door Johan op 15 Mar 2012
voor de leesbaarheid:
INZICHT
Johan Petit
Toneelmaker
Door Linda Asselbergs Foto Charlie De Keersmaecker
Je moet niet onnozel doen. Dat was één van de slagzinnen van mijn vader. Terwijl ik niets liever doe. Maar ik kom uit een warm nest, met ouders die echte levensgenieters zijn, hun kinderen altijd serieus namen, nieuwsgierig waren naar de dingen waarmee ze bezig waren en hun verlangens respecteerden, waarvoor ik hen heel dankbaar ben.
Ik had moeite met de structuur van orde, discipline en straf. Ik zat op een Borgerhoutse buurtschool met leraars die we met de achternaam aanspraken. Ik was daar graag, maar ik zal nooit vergeten hoe een leraar mijn nieuwjaarsbrief voor mijn ogen kapot scheurde omdat hij niet mooi geschreven was. Geweldig toch dat stoute kinderen vandaag niet meer bestaan.
Mijn hele leven al moet ik horen dat ik slordig ben en een warhoofd. Als volwassene scoorde ik 16/20 op een adhd-test. Voor mij was dat een enorme opluchting. Ik besef nu dat mijn hersenen een tikkeltje anders werken en dat ik hulpmiddelen nodig heb om te kunnen functioneren. Een gsm die biept om mij aan afspraken te herinneren, om maar iets te zeggen.
Toneel maken is voor mij een opstand tegen geïnstitutionaliseerd gezag. Tegen regels om de regels, tegen macht die zich probeert te handhaven door macht uit te oefenen, niet door goede dingen te doen. Het fantastische daaraan is dat je al schrijvend en spelend de kans hebt om uit te zoeken hoe de wereld in elkaar zit en dat je daarvoor nog gesubsidieerd wordt ook.
Niets is wat het is voor altijd. Veranderingen moet je omarmen, als je dat niet doet, wordt het leven lastig en raak je gefrustreerd. Antwerpen is de laatste decennia enorm veranderd. De typische sinjoor is geen blanke man van veertig meer met een groot bakkes die plat praat. De nieuwe Antwerpenaar heeft alle kleuren van de regenboog. En nee, we moeten niet met z’n allen pekesstoemp met bakbanaan eten, maar we zullen wel een nieuwe identiteit moeten uitvinden.
Het ontembare leven in de stad van de 21ste eeuw, dat houdt ons bezig. Het MartHa!tentatief dat ik samen met Bart Van Nuffelen oprichtte maakt geen toneel over oude Grieken of Engelse koningen die elkaar vermoorden, we proberen verhalen te vertellen over het stadsleven hier en nu.
Elke tijd heeft zijn eigen gebreken. Zo’n liedje als ‘k Vraag het aan van Fixkes gaat over het verlangen naar een tijd dat je zonder nadenken van een muurtje durfde te springen en dacht dat je superman was. Met andere woorden: toen je eigen dood nog onvoorstelbaar was. Maar zo’n zinnetje als ‘haten was nog geen nationale sport’ daar kan ik mij heel kwaad over maken. Het was vroeger niet beter, het was anders.
Onze visie op de werkelijkheid wordt steeds juister. Heel lang hebben we de wereld
gereduceerd tot verhalen met duidelijke oorzaken en gevolgen. Loopt er iets mis in de maatschappij? Dan moet er ergens een verkeerde beslissing genomen zijn. Terwijl het veel complexer is dan dat. Toeval is een onderdeel van ons bestaan en we moeten leren die onzekerheid een plaats te geven in onze manier van denken zonder daar zot van te worden.
We moeten hoe langer hoe meer als wereld denken. Globaal gezien is er nu minder armoede dan 10 jaar geleden. En goed, we staan nog voor een hoop problemen, maar met de kennis die we de laatste jaren vergaard hebben, moeten die beheersbaar zijn. Alleen mogen we niet te kortzichtig zijn en op ons eigen belang gericht.
— Geschreven door Johan op 12 Mar 2012


— Geschreven door Johan op 9 Mar 2012
BANG – een filmke
— Geschreven door Johan op 28 Feb 2012
uit het Belang van Limburg, 8/02/2012
interview met Johan Petit door André Grosemans:
Johan Petit is niet meer ‘Bang’ van Marokkanen
“EEN MAROKKAANSE BAKKER
IS VANDAAG NIET MEER EXOTISCH”
GENK – In ‘Bang’ vertelt Johan Petit de waargebeurde verhalen van twee jongens uit Borgerhout: dat van zichzelf en dat van Jamal Bouali. Virtuoos afwisselend, toont hij beide gezichtspunten om uiteindelijk vast te stellen dat beide meer gemeen hebben dan ze ooit durfden denken.
-
In 1996 heeft u samen met Bart Van Nuffelen het gezelschap ‘MartHa!tentatief’ opgericht. Van bij het begin wilde u theater maken over uw directe omgeving.
Johan Petit: “Inderdaad. Wij willen het hebben over onze tijd, over het land en over de stad waarin wij wonen. Daarbij nemen we vaak ons eigen leven uit uitgangspunt. We bestuderen de voortdurend veranderende wereld rondom ons, zo onbevangen mogelijk, we proberen te begrijpen wat er gaande. Daar schrijven we teksten over en maken er toneelvoorstellingen van.”
In de voorstelling ‘Bang’ vormen migranten het thema.
“Ik ben opgegroeid in Borgerhout. Als kind dacht ik dat er altijd Marokkanen waren geweest, maar die mensen woonden er toen nog maar een jaar of tien. Ze droomden zelf nog van ooit terug te keren naar hun land. Het was de tijd dat men het over ‘gastarbeiders’ had. Tegelijk werden ze ervaren als vreemde mensen. ‘Vremdelingen’, zei men, met één ‘e’. En wat men vreemd vindt, schrikt af. Daarover heb ik het in ‘Bang’. Vandaag bevinden we ons in een heel andere situatie. Jonge Marokkanen zijn hier geboren en hebben vaak geen band meer met het land van hun ouders of grootouders. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze zich eerder Belg dan Marokkaan voelen.”
Mogen we zeggen dat uw kijk op de Marokkanen is veranderd nadat u Jamal Bouali had ontmoet?
“Absoluut. In hoge mate. Kijk, ik heb altijd tussen de Marokkanen gewoond, maar ik heb nooit een Marokkaanse vriend gehad. Stilaan is alles gaan veranderen. Een Marokkaanse bakker is vandaag niet meer exotisch. Mijn dochter zit met Marokkaantjes op school en vindt dat heel normaal. Ze neemt zelfs woordjes van hen over. Als ze wil benadrukken dat iets ‘echt waar’ is zegt ze: ‘Wollah, papa’. Letterlijk betekent dat eigenlijk ‘ik zweer het’. Tot ik Jamal was tegengekomen, had ik het gevoel dat ik weinig gemeen had met Marokkanen. Toen werden de overeenkomsten in onze levens duidelijk. Hij was in hetzelfde ziekenhuis geboren, in dezelfde buurt als ik opgegroeid. Vroeger zou ik iemand als Jamal als een Marokkaan hebben gezien, nu weet ik dat we allebei van Borgerhout zijn. De tijd heeft dat mogelijk gemaakt.”
U vertelt uw verhaal en dat van Jamal Bouali. Waarom speelt hij niet zijn eigen rol?
“Omdat ik acteur ben en hij niet, zou het simpele antwoord kunnen zijn. Maar er zit meer achter. Het is beter dat ik alleen de twee verhalen vertel, zeker als er een gemengd publiek in de zaal zit. Belgen herkennen zich eerder in de Belg die ik neerzet, Marokkanen in de Marokkaan. Als we met twee op het podium zouden staan, zou de toeschouwer meer sympathie voor het ene dan voor het andere personage kunnen opbrengen. En dat is uitgesloten nu een en dezelfde persoon aan het woord is.”
In Limburg speelt u in Genk en Houthalen-Helchteren, locaties met een grote allochtone gemeenschap.
“Ik denk dat het niet toevallig is dat ik net daar gevraagd ben.”
Verwacht u veel Marokkanen in de zaal?
“De ervaring van de afgelopen voorstellingen leert dat ze wel degelijk komen. Pas op, misschien maar met tien tot twintig op een hele zaal Belgen. Maar ja, er zijn dan ook veel meer Belgen dan Marokkanen.”
Is de sfeer anders als u voor een gemengd publiek speelt?
“Het is opvallend hoe verschillend Belgen en Marokkanen reageren op hetzelfde stuk. De Marokkanen lachen met iets waarmee de Belgen niet lachen. En andersom. De Marokkanen kunnen zich ook gekwetst voelen door een uitspraak waar de Belgen geen aanstoot aan nemen.”
U heeft het over lachen. Het is toch geen comedy wat u brengt?
“Neen, maar het is wel vaak grappig. Noem het maar een luchtige voorstelling die toch ergens over gaat.”
André GROSEMANS
-
‘Bang’ van en met Johan Petit, op 8/2 om 20.15 uur, C-Mine Cultuurcentrum Genk, (12 euro, 089/ 65 44 80, www.c-minecultuurcentrum.be) en op 23/3 om 20.15 uur, CC Casino Houthalen-Helchteren (12 euro, 011/89 07 02, www.houthalen-helchteren.be/casino),
www.marthatentatief.be
— Geschreven door Johan op 20 Feb 2012


- Tom Clement
— Geschreven door Johan op 3 Feb 2012
ge maakt wa mee op tournee
BANG the roadmovie – Tim Clement
— Geschreven door Johan op 26 Jan 2012

Ik heb de gewoonte de 2 trapjes naar de ingang van het wassalon met 1 sprong te overbruggen maar vandaag bots ik tegen een gietijzeren traliewerk. Gesloten. Er hangt een wit papier met daarop de bekendmaking van het faillissement. Ik duw mijn neus tussen de tralies in de hoop een glimp van leven binnenin op te vangen. In mijn handen klem ik een plastic tas met daarin een frangipanetaart, een pruimentaart en een Nieuwjaarskaart om hen een hart onder de riem te steken. Ik ben te laat. Het dringt langzaam tot me door.
Via de andere kant weet ik toch nog binnen te geraken en daar heerst anarchie en chaos.
De karren staan niet op hun plek, de stofwolken zijn zichtbaarder dan ooit tevoren, overal hoopjes kleding en als kers op de taart zitten er enkelen te roken in de kantine wat voorheen ondenkbaar was. Het choqueert me wat. Op de één of andere manier is alles plots verloederd en armoedig en verloren, het is een slagveld geworden en een aantal moedigen probeert nog te redden wat er te redden valt.
Ik kijk naar de plek aan het raam van de naaister Françoise. Haar tafeltje is leeg.
Het schijnt dat ze als eerste gegaan is, op maandag al. Zij had een interimcontract en dan gelden er andere regels. Ze arriveerde in de ochtend en ze kon meteen weer vertrekken.
Zij heeft haar plekje geveegd voor ze wegging, en doeken over de naaimachines gelegd. Dat kan ik zien. Hardop pratend en iedereen missend heeft ze vermoedelijk de weg te voet naar huis afgelegd. Naar haar lege huis want op een mooi moment heeft ze mij verteld over haar gebroken hart.
Lieve Françoise, ik kan het niet goed uitleggen -en ik vermoed dat je dit nooit zal weten- maar ik acht je hoog.
Omdat ik weet wat het is om altijd alles alleen te moeten doen.
tekst – Caroline Rochlitz
beeld – Jimmy Kets
— Geschreven door Bart op 9 Jan 2012